|
Wat is nu
precies ADHD / ADD?
De betekenis
van de afkorting is: Attention Deficit (
Hyperacivity) Disorder of wel
aandachtstekortstoornis ( met
hyperactiviteit).
Hyperactiviteit hoeft niet in elke
verschijningsvorm aanwezig te zijn. Bij een
gecombineerde vorm kan ook impulsiviteit en
onoplettendheid samen met hyperactiviteit
voor komen.
Het hebben
van AD(H)D is niet een ziekte die je opeens
kan krijgen, de omgeving heeft er niets mee
te maken en zeker niet de opvoeding! Het is
een neurobiologische “stoornis”. Ik vind het
zelf altijd lastig om over stoornis te
spreken, hoewel je in de literatuur alleen
maar over “stoornis”ziet spreken, zou ik
liever spreken over een tekortkoming
aan……..bijvoorbeeld concentratie,
slagvaardig werken, in het omgaan met etc.
Het gedeelte
van de hersenen dat bij ADHD en ADD zeker
een grote rol speelt is het gebied dat we
frontaalkwab noemen. Het is gelegen in het
gebied van het voorhoofd en het werkt als
een ‘filter’. Hier worden alle
prikkels van buiten zoals geluiden, kleuren
en geuren opgevangen en op hun
belangrijkheid beoordeeld. Onnuttige
informatie wordt hier onderdrukt. Alleen de
waardevolle informatie wordt van cel naar
cel doorgegeven met behulp van “elektrische
stroompjes” die worden aangestuurd door de
neurotransmitters. De neurotransmitters
bestaan uit een chemische stof die het
mogelijk maakt om informatie van zenuw naar
zenuw over te brengen. Een zenuwcel die
informatie doorgeeft wordt ook wel neuron
genoemd.

Hoe werkt dit nu precies?
Een neuron
wordt geprikkeld en wil de prikkel doorgeven
aan zijn buurman-neuron. Hiervoor komen
neurotransmittermoleculen vrij in een soort
spleet die we de synaps noemen. Hiermee
wordt de afstand naar het volgende neuron
overbrugt waar de neurotransmitter zich
bindt aan de receptor of wel de ontvanger
van het volgende neuron. Zo kan informatie
worden doorgegeven naar die gedeelten van de
hersenen waar het wordt verwerkt.
Bij mensen
met AD(H)D werken de receptoren ( ontvangers
van de cel) vaak niet goed. Dat wil zeggen:
het filtersysteem dat de mens instaat stelt
om allerlei informatie te scheiden in
belangrijk en in onbelangrijk werkt dan niet
goed. Zo wordt er te weinig ‘waardeloze’
informatie onderdrukt in de frontaalkwab met
als gevolg dat de echte belangrijke
informatie vaak niet door bepaalde
hersengedeelten kan worden verwerkt.
Neurotransmitters ( chemische stofjes die in
de juiste hoeveelheid aanwezig moeten zijn
voor een optimale werking) zijn bijzonder
belangrijk in dit proces. Eén van de
belangrijkste neurotransmitters is het
stofje dopamine. Dopamine zorgt
ervoor dat je een gevoel heb van blijdschap:
“goed voelen”. Bij een teveel aan dopamine
zie je veel herhaalde activiteiten, waarbij
het niet ‘prettig voelen’ wordt ervaren. Een
andere neurotransmitter is nor-adrenaline
dat mede invloed heeft op de
hyperactiviteit en een aantal leer- en
geheugenproblemen. Bij een overmatige
activiteit van nor-adrenaline is er meer
sprake van ergernissen, men is bezig met
‘aanvallen of verdedigen’ om in de behoefte
te voorzien. ( fight/flight mechanisme).
Serotonine is betrokken bij je stemming,
je emoties, je slaap en het verwerken van
pijnprikkels. Een tekort aan serotonine kan
je meer angsten ervaren, opzien tegen,
waardoor het lichaam extra stress ervaart en
meer adrenaline gaat aanmaken. Door die
extra adrenaline kan je het een tijdje
volhouden dat lijkt een voor deel! Het
grootste nadeel is echter,dat na een
“topprestatie” van het lichaam je zowel het
lichaam en de geest hebt uitgeput!
Het moge
duidelijk zijn dat volwassenen en kinderen
die problemen hebben om de ‘binnengekomen
informatie’ goed te verwerken een unieke
neurotransmitterhuishouding hebben, met name
een tekort aan goedwerkende
neurotranmitters. |